Archief

groepsfoto.jpg
groepsfoto.jpg
« »

Raadscommissie Woonbedrijf - tweede bijeenkomst van 21 februari 2013

Archief Nieuws
Voor de tweede bijeenkomst van deze commissie, die onder voorzitterschap staat van Emma van Blom, was afgesproken allereerst de status quo van het Woonbedrijf (WB) in kaart te brengen. Daarbij zou het gaan om de vraag hoe het WB draait en om vast te stellen hoe het bedrijf er bedrijfsmatig c.q. financieel voorstaat en als verhuurder c.q. huisbaas presteert. Tegelijkertijd zou in kaart gebracht worden welk problemen er zijn, niet alleen in bedrijfsmatig opzicht, maar ook met betrekking tot de verplichtingen als verhuurder en eventueel aangaande de bestaande woningvoorraad of de nog te realiseren projecten. Ook de mogelijke samenhang met het nieuwe Regeerakkoord zou geanalyseerd worden.
Eerder was reeds overeengekomen dat de antwoorden op alle vragen van de commissie ‘van buiten’ zouden moeten komen, dat wil zeggen van de Huurdersvereniging (HV), van  de wethouder met zijn projectteam WB, vanuit ‘Den Haag’ of van welke andere instantie dan ook, die gaande het onderzoeksproces naar voren komt.

Tijdens deze tweede bijeenkomst ging de commissie in gesprek met zowel de Huurdersvereniging als met de wethouder samen met zijn team WB:
 
De heren Hartog en Noordermeer hadden voorafgaande aan de vergadering een aantal schriftelijke vragen bij de HV neergelegd. Uit de daarop ontvangen antwoorden en uit het gesprek gedurende deze bijeenkomst met de heer Van der Veen en mevrouw van de Griend van de HV kwam een aantal problemen naar voren.
De HV vindt het moeilijk om het WB als een professioneel bedrijf te zien, omdat het voor hen niet duidelijk is bij wie de verschillende taken en verantwoordelijkheden liggen en hoe de organisatie opereert. Verder heeft de HV gedurende de laatste vijf jaar in een aantal opzichten, zoals bijvoorbeeld het nakomen van de afspraken omtrent energie besparende maatregelen voor de huizen, een verslechtering van de dienstverlening waargenomen. De samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de HV zou dan ook niet optimaal nageleefd worden en een inhaalslag wordt door de HV zeer gewenst.
De samenwerkingsovereenkomst zal aan de commissieleden ter informatie worden toegezonden. Verder stelde de HV dat  bij verhuur aan nieuwe huurders de huren naar het landelijke gemiddelden van 75% (op dit moment is dat ca. 65%) van de maximale huurprijs mogen stijgen.

Uit de presentatie van de heer Gras en het gesprek met wethouder Mulder, de heren Gras en van der Wurff van het  projectteam WB en uit de Productraming 2013 van het WB kwam als belangrijkste punt naar voren, dat de scheiding tussen het WB en de gemeentelijke algemene dienst (AD), organisatorisch en financieel, onduidelijk is. Het gevolg daarvan is onder andere dat het moeilijk is om vast te stellen of het WB een gezond bedrijf is.
Staande de vergadering werden in die context door mevrouw Langendoen en de heren Hartog en Noordermeer een aantal scherpe en zeer ter zake doende vragen gesteld. Deze vragen zullen, eventueel aangevuld met andere vragen, door de commissieleden zo spoedig bij de griffier ingeleverd worden. Wethouder Mulder zal de antwoorden op de gestelde vragen plus alle cijfers, die nu ontbreken maar nodig zijn om tot een conclusie te komen, per de volgende commissievergadering van donderdag 21 maart aanleveren.  

In de volgende commissie vergadering is de heer Linders van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uitgenodigd om uitleg te geven over de mogelijke gevolgen van het Regeerakkoord voor gemeentelijke woonbedrijven.  Daarnaast zullen in die vergadering opnieuw de bedrijfsgegevens van het WB besproken worden.

 
Pagina terug

Raadscommissie Woonbedrijf - tweede bijeenkomst van 21 februari 2013

Archief Nieuws
Voor de tweede bijeenkomst van deze commissie, die onder voorzitterschap staat van Emma van Blom, was afgesproken allereerst de status quo van het Woonbedrijf (WB) in kaart te brengen. Daarbij zou het gaan om de vraag hoe het WB draait en om vast te stellen hoe het bedrijf er bedrijfsmatig c.q. financieel voorstaat en als verhuurder c.q. huisbaas presteert. Tegelijkertijd zou in kaart gebracht worden welk problemen er zijn, niet alleen in bedrijfsmatig opzicht, maar ook met betrekking tot de verplichtingen als verhuurder en eventueel aangaande de bestaande woningvoorraad of de nog te realiseren projecten. Ook de mogelijke samenhang met het nieuwe Regeerakkoord zou geanalyseerd worden.
Eerder was reeds overeengekomen dat de antwoorden op alle vragen van de commissie ‘van buiten’ zouden moeten komen, dat wil zeggen van de Huurdersvereniging (HV), van  de wethouder met zijn projectteam WB, vanuit ‘Den Haag’ of van welke andere instantie dan ook, die gaande het onderzoeksproces naar voren komt.

Tijdens deze tweede bijeenkomst ging de commissie in gesprek met zowel de Huurdersvereniging als met de wethouder samen met zijn team WB:
 
De heren Hartog en Noordermeer hadden voorafgaande aan de vergadering een aantal schriftelijke vragen bij de HV neergelegd. Uit de daarop ontvangen antwoorden en uit het gesprek gedurende deze bijeenkomst met de heer Van der Veen en mevrouw van de Griend van de HV kwam een aantal problemen naar voren.
De HV vindt het moeilijk om het WB als een professioneel bedrijf te zien, omdat het voor hen niet duidelijk is bij wie de verschillende taken en verantwoordelijkheden liggen en hoe de organisatie opereert. Verder heeft de HV gedurende de laatste vijf jaar in een aantal opzichten, zoals bijvoorbeeld het nakomen van de afspraken omtrent energie besparende maatregelen voor de huizen, een verslechtering van de dienstverlening waargenomen. De samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de HV zou dan ook niet optimaal nageleefd worden en een inhaalslag wordt door de HV zeer gewenst.
De samenwerkingsovereenkomst zal aan de commissieleden ter informatie worden toegezonden. Verder stelde de HV dat  bij verhuur aan nieuwe huurders de huren naar het landelijke gemiddelden van 75% (op dit moment is dat ca. 65%) van de maximale huurprijs mogen stijgen.

Uit de presentatie van de heer Gras en het gesprek met wethouder Mulder, de heren Gras en van der Wurff van het  projectteam WB en uit de Productraming 2013 van het WB kwam als belangrijkste punt naar voren, dat de scheiding tussen het WB en de gemeentelijke algemene dienst (AD), organisatorisch en financieel, onduidelijk is. Het gevolg daarvan is onder andere dat het moeilijk is om vast te stellen of het WB een gezond bedrijf is.
Staande de vergadering werden in die context door mevrouw Langendoen en de heren Hartog en Noordermeer een aantal scherpe en zeer ter zake doende vragen gesteld. Deze vragen zullen, eventueel aangevuld met andere vragen, door de commissieleden zo spoedig bij de griffier ingeleverd worden. Wethouder Mulder zal de antwoorden op de gestelde vragen plus alle cijfers, die nu ontbreken maar nodig zijn om tot een conclusie te komen, per de volgende commissievergadering van donderdag 21 maart aanleveren.  

In de volgende commissie vergadering is de heer Linders van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) uitgenodigd om uitleg te geven over de mogelijke gevolgen van het Regeerakkoord voor gemeentelijke woonbedrijven.  Daarnaast zullen in die vergadering opnieuw de bedrijfsgegevens van het WB besproken worden.

 
Pagina terug