Duinen omg Kreekpad.jpeg

Nieuws

    26-10-2021

Extra Raadsvergadering 19 oktober 2012 Ontslag wethouder Klok

Archief Nieuws
De vier coalitiepartijen stuurden aan op een korte vergadering. Ze hadden letterlijk niets te vragen en verklaarden slechts hun liefde aan 'nog even wethouder' Klok, die ze nota bene anderhalve week daarvoor zo dwars gezeten hadden dat hij opstapte. De fractievoorzitter van de PvdA nam het voortouw en onze fractie voorzitter Emma van Blom volgde even later met het volgende betoog:

Er zijn vier kwesties in samenhang met het ontslag van wethouder Klok waarover wij een aantal vragen hebben, ik zal voordat ik de vragen stel die kwesties toelichten.

I. Waarom werd pas op 4 oktober door het college het besluit genomen om de projecten De Rots en Kerkplein uit de tender te schrappen?

II. Op grond waarvan wordt vervolgens op 8 oktober besloten om aan Loyens & Loeff  een second opinion te vragen?

III. Wat zijn de mogelijke consequenties van de genomen besluiten?

IV. De portefeuillehouder of het college?

ad I. Waarom werd pas op 4 oktober door het college het besluit genomen om de projecten De Rots en Kerkplein uit de tender te schrappen?

Tijdens de raadsvergadering van 15 mei 2012 waarschuwde de PW voor mogelijke gevaren van ‘ongeoorloofde staatssteun’. Een waarschuwing die wij uitvoerig onderbouwden. Het college negeert onze waarschuwing echter en de tender wordt met 8 tegen 7 door deze raad vastgesteld.

Blijkbaar wordt echter toch aan Atrivé gevraagd om nog eens te kijken naar die mogelijke staatssteun. Dat resulteert in een notitie d.d. 23 juni 2012 van mr. de Boer van VBTM advocaten betreffende Staatssteunaspecten bij Verkoop van het Woonbedrijf Westvoorne.

Hierin wordt onder meer verwezen naar een  notitie van 15 maart 2012 (eveneens van De Boer) waarin gesteld wordt: “Voor wat betreft de 6 lopende projecten, die nog niet zijn gerealiseerd is het risico reëel dat deze moeten worden aanbesteed volgens Europese aanbestedingsregels.  De gemeente is dan ook voornemens (zo staat daar te lezen!!) de opdracht te splitsen in een verkoop van het Woonbedrijf inclusief 907 woningen en een aanbieding aan de markt, in de vorm van een Europese aanbesteding, van 6 lopende projecten” (einde citaat).

In de raadsvergadering van 26 juni vragen wij dan ook: “en waarom is dat (die Europese aanbesteding, van de 6 lopende projecten) dan niet gebeurd?” Op die vraag heeft het college nooit geantwoord.

Toch is nu gebleken dat er later nogmaals om advies aan De Boer over die aanbesteding gevraagd is. Er verschijnt namelijk opnieuw een notitie van de hand van De Boer en wel op 25 september betreffende de ‘tenderprocedure verkoop woonbedrijf Westvoorne’. Voordat De Boer in die notitie ingaat op de gestelde vragen stelt hij: “daarbij bouw ik voort op de adviezen die ik over deze tenderprocedure eerder verstrekt heb in mijn notities d.d. 15 maart 2012 en d.d. 23 juni 2012”.

En dat klopt. Er staats niets nieuws in. Alleen wordt alles nog een extra duidelijk uitgelegd en volgt er een conclusie die luidt dat De Rots niet mee verkocht dient te worden en dat voor het project Kerkplein een sociale woningbouwplicht passend binnen het bestemmingsplan opgenomen moet worden.

Op 4 oktober neemt het college op grond van dat advies het besluit de projecten De Rots en Kerkplein uit de tender te schrappen.  Met die wijziging kan wethouder Klok niet leven en dus treedt hij af.

Wij hebben hierover de volgende vragen:

1. Waarom wordt pas op 4 oktober dat besluit genomen, terwijl n.a.v. eerdere memo’s van De Boer (15 maart en 23 juni) al op 20 juni 2012 het ambtelijk advies (63956) gegeven wordt om de Raad voor te stellen De Rots en het Kerkplein uit de tender te schrappen?

2. Waarom wordt er in het gemeentelijk persbericht gesproken van “bijgestelde adviezen van het adviesbureau over een al dan niet Europese aanbesteding waaruit zou blijken dat eerdere inzichten herzien moeten worden” terwijl in de notities van 15 maart en 23 juni (van hetzelfde adviesbureau) al gesteld werd dat projecten Europees aanbesteed moesten worden (mag ik het college even herinneren aan de fouten in de gemeentelijke persberichten over de strandhuisjes!)?

ad II. Op grond waarvan wordt vervolgens op 8 oktober besloten om aan Loyens & Loeff  een second opinion te vragen?

Nadat op 4 oktober het besluit tot wijziging van de tender genomen is en nadat Klok zijn ontslag ingediend heeft, wordt er door het college besloten om een 'second opinion' aan te vragen.

Volgens ons vraag je om zo’n opinie voordat je besluiten neemt en niet daarna, maar helaas wordt de mening van de Partij Westvoorne meestal genegeerd.

In het collegebesluit van 12 oktober staat te lezen dat na het besluit van 4 oktober er twijfels gerezen zijn over het advies van De Boer en dat er daarom op 8 oktober (vreemd genoeg dezelfde dag waarop Klok zijn ontslag indient) besloten is om aan Loyens & Loeff (L&L) een second opinion te vragen. Concreet wordt gevraagd om de houdbaarheid van de conclusies uit het advies van De Boer te toetsen.

Hierbij moet opgemerkt worden dat er dus niet gevraagd wordt of en waar er mogelijke risico’s liggen m.b.t. niet Europees aanbesteden, maar om de aanbestedingsrechtelijke risico’s die De Boer aangeeft te toetsen.

Aan de beide juristen worden dus verschillende opdrachten gegeven. Dat is volgens ons ook de reden waarom er verschillende adviezen van beide juristen binnen gekomen zijn. Volgens De Boer moet de Rots namelijk uit de tender gehaald worden en m.b.t. het Kerkplein moet de tender drastisch gewijzigd worden (zo drastisch dat het college besloten heeft dat project er ook maar uit te halen) en L&L stelt daarentegen dat de tender kan blijven zoals die was.     

De Boer heeft op safe gespeeld; waarschuwt dus vooraf voor de aanbestedingsrechtelijke risico’s van de tender en probeert deze uit te sluiten en L&L kijkt of de risico’s die De Boer aangeeft bij een eventuele rechtsgang verdedigbaar zijn.

Je zou kunnen zeggen: de Boer treedt op als adviseur vooraf en L&L treedt op als advocaat achteraf.

Dit leidt tot de volgende vragen:

3. Wat was de precieze grond voor die twijfels aan het advies van De Boer?

4. Waarom zijn die twijfels niet aan de orde geweest op de college overleggen van dinsdag 2 en donderdag 4 oktober n.a.v. de notitie van 25 september van De Boer?

5. Waren er andere gronden voor twijfel dan voorheen, want n.a.v. het ambtelijk advies van 20 juni moeten er toch al veel eerder twijfels naar voren gebracht zijn, want anders was dat advies van 20 juni toch wel opgevolgd?

6. Zijn er na 4 oktober plotseling andere zaken naar voren gekomen?

7. Waarom dient Klok zijn ontslag in op 8 oktober terwijl op diezelfde dag het besluit voor de second opinion genomen wordt?

8. Was Klok op de hoogte van het feit dat er om een second opinion gevraagd werd?

9. Was Klok op de hoogte van de Memo opheffing geheimhouding van L&L?

ad III. Wat zijn de mogelijke consequenties van de genomen besluiten?

Om te beginnen heeft het college aangeklopt bij Atrivé. Die zijn als deskundige ingehuurd om het verkooptraject te begeleiden. Los van het feit dat wij tegen de verkoop van het woonbedrijf zijn, lijkt het ons wel verstandig om je aan de adviezen van de ingehuurde deskundige te houden in verband met het nemen van verantwoordelijkheid (juridisch/financieel) in geval van gemaakte fouten.

Maar het college besluit anders en laat zich heen en weer slingeren door twee juristen die schijnbaar tegengestelde adviezen geven. Ik zeg ‘schijnbaar’ omdat er immers twee verschillende vragen gesteld zijn en dan mag je verwachten verschillende antwoorden te ontvangen.

Dat roept de volgende vragen op:

10. Waarom heeft het college er voor gekozen de risico’s niet uit te sluiten/het advies van De Boer/Atrivé niet op te volgen?

11. Wat vindt Atrivé van dat college besluit?

12. Blijft Atrivé het proces als ‘deskundig adviseur’ verder begeleiden?

13. L&L stelt dat er 80 % kans is dat de zaak goed afloop. D.w.z. er wordt minimaal een risico van 20% genomen. Is er een inschatting van de gevolgen van die 20 % risico’s gemaakt? Is er met andere woorden een worst-case scenario opgesteld?

14. Wat zijn de mogelijke (financiële) gevolgen van die risico’s?

15. Wie draagt de verantwoordelijkheid voor de risico’s?

16. Waarom is het lopen van een aanbestedingsrechtelijk risico van 20 % noodzakelijk?

ad IV. De portefeuillehouder of het college?

Bij meerdere gelegenheden zijn wij er door de voorzitter op gewezen dat wij niet een verantwoordelijk wethouder moesten aanspreken, maar het gehele college. Steeds werd ons meegedeeld dat het college met één mond sprak.

Nu denk het college daar blijkbaar anders over.

Het college voelt zich plotseling niet verantwoordelijk voor de gemaakte fouten rond de verkoopprocedure van het woonbedrijf. Het ontslag van één wethouder wordt door de rest van het college als voldoende beschouwd.

17. Waarom?

18. En hoe zit dat met betrekking tot de besluiten die na of tijdens dat ontslag genomen zijn?

19. Wie is er verantwoordelijk voor het niet opstellen van een risico analyse nu er besloten is op het advies van L&L af te gaan en een risico van minimaal 20 % te lopen in plaats van een risico van 0 na te streven?

Pagina terug