Duinen omg Kreekpad.jpeg

Nieuws

    26-10-2021

Commissie GG 6 februari 2013 - Bestemmingsplan Dorpsgebied Rockanje Noord

Archief Nieuws

Betoog Emma van Blom over Bestemmingsplan Dorpsgebied Rockanje Noord:
Wij hebben in de commissie van november 2012 toen dit BP besproken werd, gevraagd waarom er geen wijzigingsbevoegdheid voor de locatie achter de Zeeman, de gemeentewerf en de percelen ten noorden van de Swinshoek (de Vestahof) opgenomen is, terwijl dat wel gedaan is voor de locatie Rabobank. Het antwoord was toen dat dat moeilijk was, omdat er nog geen concrete plannen voor die locaties zijn terwijl de wijzigingsbevoegdheid voor de Rabobank ook al bestond in het vorige BP.
We vinden dat een beetje een vreemd antwoord. Het klopt namelijk dat een wijzigingsbevoegdheid onderbouwd moet worden (dat is kennelijk duidelijk geworden uit de vernietiging door de RvS van het BP zeegebied), maar dat geldt ook voor een wijzigingsbevoegdheid die overgenomen wordt uit een vigerend BP. Ook dat moet duidelijk geworden zijn uit diezelfde uitspraak van de RvS.
Aangezien de eventuele stedelijke functies, die met de wijzigingsbevoegdheid van de locatie Rabobank mogelijk zijn, volledig overeenkomen met de eventuele functie bij De Zeeman en de Vestahof, zien wij niet in dat de onderbouwing voor de wijzigingsbevoegd van de Rabobank niet gebruikt kan worden voor de twee andere locaties. Of wil de wethouder daar iets heel anders en wat dan wel? Wij kunnen ons niet voorstellen dat er nog meer functies zijn, die benoemd zouden moeten worden.  

Dan wil ik kort ingaan op een aantal punten uit de zienswijzen:
Indieners 2 merken op dat er vroeger onderscheid gemaakt werd tussen drie gebieden (p.6 bovenaan). Doordat uit het voorliggende plan deze drie kenmerken geschrapt worden gaan de verschillende karakters van deze drie gebieden verloren.
De PW is het met deze observatie eens. We maken er met ons streven naar vereenvoudiging een eenheidsworst van en dat terwijl alle partijen het dorpse karakter van onze woonkernen zo hoog in hun vaandel hebben staan. Blijkens het antwoord van het college is de wethouder het daar niet mee eens.
Dat de beantwoording rammelt blijkt ook uit het antwoord op het bezwaar dat gemaakt wordt aan het gelijkstellen van een woning van 6m hoog met een plat dak aan een woning met een goothoogte van 4 m met een kap (nokhoogte 6) (p.6.c). Het antwoord luidt (p.8.c): Een woning met een platte afdekking van 6 m hoog wijkt niet wezenlijk af van een woning van 4m met een kap. Maar de volgende zin luidt: Weliswaar is een woning met een platte afdekking niet vergelijkbaar met een woning met een kap.
De PW vindt daar het volgende van: Wat er in de eerste zin gesteld wordt, wijkt compleet af van hetgeen in de tweede zin staat. Als iets niet wezenlijk afwijkt, is het namelijk wel vergelijkbaar.
Wij vinden het een beetje kinderachtig om een zienswijze niet in behandeling te nemen als hij 1 dag te laat afgegeven is, terwijl die wel in behandeling genomen wordt als hij 1 dag te laat door de post bezorgd wordt. Nog kinderachtiger vinden wij, dat er gesteld wordt dat er een ambtshalve wijziging ingevoerd wordt, n.a.v. die zienswijze en er dan bij te zetten dat dat niet n.a.v. die zienswijze gebeurd is.
Daarnaast klopt er volgens ons iets niet met die wijziging (p.12 alinea 6). Het gaat om de laatste zin ‘ De aanpassing in het digitale bestand heeft voor het zicht geen gevolgen voor de plankaart”. Dat lijkt ons onmogelijk, tenzij de omissie alleen in de digitale versie zou zitten (en dat lijk ons ook onmogelijk). Kortom de plankaart dient aangepast te worden. 

Nu er sprake is van een aantal ambtshalve wijzigingen neem ik overigens aan dat er opnieuw bezwaar gemaakt kan worden. Is dat juist?

Tot slot wil nogmaals opmerken, wat ik bij alle andere nieuwe BP opgemerkt heb:
De drang tot het vereenvoudigen en tegelijkertijd verruimen van alle bouwregels in combinatie met het uitkleden van de Welstandsnota, zal volgens ons tot grote problemen leiden. Daarnaast zal het zeker niet leiden tot het behouden en versterken van de dorpse karakters van onze woonkernen. Voor mijn fractie een speerpunt en daarom zullen wij wederom niet met het vaststellen van dit BP instemmen.
Wij willen wel het volgende voorstel doen er vanuit gaande dat het BP ook zonder onze steun vastgesteld zal worden: Laten we halverwege de volgende raadsperiode deze plannen evalueren. Laten we in kaart brengen wat de gevolgen van het gebruik van deze Bestemmingsplannen zijn. Bijstellen zal moeilijk zijn, maar als we deze evaluatie aankondigen, kan de eventuele schade beperkt worden. Een onderdeel van die evaluatie zou dan een gesprek met de indieners van alle zienswijzen, zowel op de BP als op de Welstandsnota moeten zijn.
 
Conclusie:
De wethouder houdt vol dat er geen uitzondering gemaakt kan worden, omdat dit een precedentwerking zou creëren.

    

Pagina terug