Duinen omg Kreekpad.jpeg

Nieuws

    26-10-2021

Betoog Raad 21 april 2016 over Bedrijfsplanfase AFO

Archief Nieuws

Betoog door PW fractievoorzitter Emma van Blom

Nu de onderzoeksfase van het ambtelijke fusie traject is afgesloten, staan wij aan het begin van fase twee, namelijk de bedrijfsplanfase. Deze fase moet in drie verschillende delen opgedeeld worden:

Deel 1 van de bedrijfsplanfase bevat de uit te voeren bestuursscan en daarnaast moeten de raden aangeven wat zij onderzocht willen hebben en welke vragen er volgens hen beantwoord moeten worden.

Deel 2 bevat onder meer een tussentijdse rapportage van het bedrijfsplan.

Deel 3 is de implementatiefase die eindigt met de uiteindelijke vaststelling van het bedrijfsplan.

Wij kunnen instemmen met het ingaan van dit vervolg traject t.b.v. het opstellen van het bedrijfsplan voor de AFO, maar wij willen, mede op basis van hetgeen wij gisteren van Berenschot en Proof over ons ambtelijke fusietraject meegekregen hebben, wel een aantal randvoorwaarden meegeven. Daarnaast willen wij nogmaals aangeven dat ook de communicaties met de burgers in het communicatieplan opgenomen moeten worden. Wij nemen aan dat de toezegging die we daarover in de commissie ontvangen hebben, staat.

Omdat wij op dit moment aan het begin van deel 1 van de bedrijfsplanfase staan, hebben de volgende randvoorwaarden, m.u.v. de eerste, vooral betrekking op dat eerste deel:

D4 randvoorwaarden

1. Er moet bij alle delen van de bedrijfsplanfase voldoende ruimte ingebouwd worden voor deelname aan het proces door de raden voor hun inbreng en voor het stellen van financiële en inhoudelijke kaders. Om op een goede wijze te starten met het eerste deel van de bedrijfsplanfase moet zo spoedig mogelijk een voorstel voor de betrokkenheid van de raden t.b.v. deel 1 opgesteld worden.

2. Door alle raden moet expliciet ingegaan worden op onderstaande vragen:

            1. Wat is het gemeenschappelijk belang van de ambtelijke fusie?

            2. Wat levert het mij, als individuele gemeente, op?

            3. Wat ben ik, als individuele gemeente, bereid de ander te gunnen?

Over deze vragen moeten duidelijke uitspraken gedaan worden en er moet onderling overeenstemming over de antwoorden bereikt wordt.

3. De doelstellingen van 5 K’s en de 2 G’s moeten genormeerd worden voordat het definitieve besluit over het bedrijfsplan, aan het einde van fase 3, genomen kan worden. Bij ‘Klantgerichtheid’ (de eerste K) moet b.v. aangegeven worden wat nagestreefd wordt, welke verbeteringen ingevoerd moeten worden en hoe, per wanneer en tegen welke kosten dat bereikt wordt.   

4. Uit de normering van de 5 K’s en de 2 G’s moeten de bijbehorende kosten volgen:

            1. de structurele kosten van de AFO

            2. de proceskosten / de frictiekosten

            3. de incidentele kosten

5. Er moet duidelijkheid gegeven worden over de juridische vorm van de AFO

6. In het eerste deel van het proces moet een voorstel voor de betrokkenheid van de raden opgenomen worden voor het verdere proces en moet expliciet aangegeven worden welke analyses/welke keuzen in het vervolgtraject opgenomen zullen worden, zodat duidelijk wordt wat in het tweede en derde deel van het bedrijfsplantraject opgenomen en uitgewerkt wordt.

7. Aangezien dit proces voor alle gemeenteraadsleden nieuw is, zal professionele ondersteuning nodig zijn. Wij stellen voor Bernschot en Proof wederom om die begeleiding te vragen en wij zouden graag zien dat onze griffiers een voorstel voorbereiden/opstellen voor het verdere programma voor deelname aan het bedrijfsplanproces door de raden.

Iedere stap zal zorgvuldig gezet moeten worden, hetgeen betekent dat er voldoende tijd moet liggen tussen werksessies van de raden, de radenbijeenkomsten met Berenschot en Proof  en de beslismomenten in de verschillende gemeenteraden.  

Pagina terug